Het Jotunheimen Nationaal Park is een bekend en veelbezocht park, min of meer centraal in Noorwegen. Elke bezoeker heeft overschot van gelijk om hier te komen. Dit prachtige nationaal park is makkelijk bereikbaar en dus toegankelijk voor het brede publiek. Dit zorgt natuurlijk voor extra toerisme in de regio maar dit mag je zeker en vast niet tegenhouden. Er zijn nog voldoende rustige plekken te vinden, waar je jouw tent kan opslaan.

1. Transport

Voor je aan de trekking kan beginnen is wat opzoekwerk vereist over hoe je aan de start en ook weer terug geraakt. Gelukkig is het dit keer niet zo moeilijk.

Je auto achterlaten om naar de start van de wandeling te gaan doe je op deze parking. Hier kan je meerdere dagen parkeren zonder je zorgen te hoeven maken over je auto. Je moet hier uiteraard voor betalen, maar naar Noorse normen is de parking goedkoop. Voor 140 NOK mag je één dag blijven staan, voor elke extra dag komt er 65 NOK bij. Met ook nog combitickets ter beschikking voor de bus en parking is dit best goed geregeld. Blijf je langer staan dan voorzien? Geen probleem, je betaalt het extra bedrag bij het verlaten van de parking.

Je kan er op de parking voor kiezen om al te voet te vertrekken, er komt dan ongeveer 1,5 km bij je eerste wandeldag. Er is ook een shuttlebus die je naar de haven en startlocatie brengt, deze kan je samen met je parkingticket op deze website kopen. De eerste bus rijdt een uur voor de eerste boot vertrekt en gaat door tot 's avonds 20u. Dit is ook de manier om over enkele dagen weer terug op de parking te geraken. Nog een voordeel is dat de bustickets niet op datum zijn, je kan ze gebruiken tijdens het hele seizoen. 'Het seizoen' loopt van begin juni tot half september. 


2. Algemene tips

Vooral de meest bezochte wandelpad in Jotunheimen is erg uitdagend. De route van Gjendesheim naar Memurubu bevat veel hoogtemeters en dus kan je maar beter goed voorbereid aan je dag beginnen. Er zijn enkele essentials die bij de start niet mogen ontbreken:

  • Extra warme kledij (het kan koud en winderig zijn op hoogte)
  • Regenjas
  • Voldoende water en eten
  • Goede wandelschoenen voor het ruwe terrein

 

Allemaal dingen die je op veel plekken maar beter in je rugzak steekt of gewoon reeds draagt. Vooral de warme kledij is in dit geval een belangrijke, je kan beneden aan het water behoorlijk warm hebben en die trui snel op de achterbank van je auto gooien. Eens boven in Besseggen aangekomen kan er een sterke wind staan en de temperatuur een serieuze duik nemen. Hou hier dus zeker rekening mee!

 

Voor het overige is er in deze omgeving niets bijzonder mee te nemen. De ondergrond is regelmatig prima om je tent op te zetten. Ook hier weer, het koelt snel af eens de zon verdwijnt. Wees voorbereid.

 

Volg ook de borden die tussen Gjendesheim en Memurubu staan, ben je onderweg en haal je de voorziene wandeluren tussen twee plekken niet?Draai dan terug om jezelf niet in de problemen te brengen gedurende de dag.


3. Jotunheimen trekking

De eerste trekkingsdag zet meteen de toon, meteen enkele van de mooiste hoogtepunten en ook meteen veel pittige hoogtemeters. Starten doe je vroeg in de ochtend in Gjendesheim, of dat nu aan een parking, bushalte of berghut is, maakt eigenlijk weinig verschil. Hoogstens bespaar je enkele honderden meters wandelen. Aan één ding ontkom je echter niet: de dag begint meteen met een stevige klim.

 

Tijdens de klim wordt meteen duidelijk waarom een vroege start een goed idee is. Zo heb je alle tijd om van de omgeving te genieten en onderweg de verschillende uitzichtpunten over het Bessvatnet en het Gjendemeer mee te pikken. Gedurende de eerste honderden hoogtemeters blijft het Gjendemeer bijna voortdurend in je zicht, terwijl je via een steil, kronkelend pad door de heide omhoog trekt. Het is daarbij belangrijk om op het officiële wandelpad te blijven. Op sommige plaatsen leiden uitgesleten zijpaadjes naar populaire fotoplekken. Deze zijn echter ontstaan doordat wandelaars van het oorspronkelijke pad afweken. Om de kwetsbare natuur te beschermen, blijf je daarom best op de gemarkeerde route.

Uitzicht tijdens de eerste steigende meters.

Na ongeveer 3,5 km heb je de steilste zone achter de rug. Dat wil natuurlijk niet zeggen dat er niet meer geklommen moeten worden maar het pad wordt wel vlotter bewandelbaar. Je komt op een soort plateau uit, waar je de weg licht oplopend enkele honderden meters voor je uit ziet liggen.

Vanaf hier is het nog een kort stuk om op het hoogste punt van de dag uit te komen. Een punt dat voordurend binnen handbereik lijkt,

maar telkens wanneer je denkt de top bereikt te hebben, duikt er toch nog een extra helling op. Op één van die schijnbare toppen word je echter beloond met een fenomenaal uitzicht over het Gjendemeer. Verlaat hier even het pad en wandel een stukje naar links. Vanaf de bergkam kijk je uit over het helderblauwe meer dat zich een weg baant door het ruige landschap. De perfecte plek voor een onvergetelijke foto!

Het Gjendemeer vanop de bergkam.

Eens je de omgeving voldoende in je hebt opgenomen, vervolg je je weg over de twee officiële bergtoppen die je deze dag zal passeren: Veslfjellet (1743m) en Besseggen (1638m). Wie af en toe even de tijd neemt om rond zich te kijken, wordt beloond met een magnifiek uitzicht. Rechts schittert het donkerblauwe Bessvatnet , terwijl links het lichtblauwe Gjendemeer ligt. Ondanks het hoogteverschil van iets minder dan 400 meter lijken deze twee meren elkaar bijna aan te raken. Dit indrukwekkende beeld zal de technische afdaling tot aan Bessvatnet een klein beetje verzachten. Op de twee foto's hieronder zie je duidelijk hoe groot het hoogteverschil is tussen de plek waar je vandaan komt en je volgende bestemming. Het pad is heel erg steil en vereist het nodige klauterwerk om beneden te geraken. Wie af en toe nog eens van het uitzicht wil genieten kan zich beter even aan de kant zetten en omdraaien, om daarna weer voorzichtig en geconcentreerd verder te gaan.

 

Wie beneden aankomt kan tussen de twee meren de ideale plek vinden voor een welverdiende middagpauze. Bessvatnet ligt nu letterlijk aan je voeten en biedt zelfs de mogelijkheid om even in het water te gaan. Iets wat ik enkel aanraad op een zonnige dag, het water is - zoals altijd hier - ijskoud en na een plons opnieuw opwarmen kan soms een moeilijke klus zijn. Gelukkig volgt er meteen hierna nog een laatste stevige klim om je lichaamstemperatuur de hoogte in te jagen. Een klim die je richting twee kleine meren (Bjønbøltjønne en een naamloos meertje) brengt en je ook stilaan tot een keuze dwingt. Ga ik voor een meerdaagse trekking of stopt het voor mij straks bij Memurubu?

De splitsing (na ongeveer 13,5 km) is duidelijk aangegeven met enkele wegwijzers: rechts richting Glitterheim, rechtdoor voor Memurubu. Bij die laatste locatie kan je overnachten in een hut/tent of meteen dezelfde dag nog de boot weer naar Gjendesheim nemen. Die dien je dan wel vooraf te reserveren. Wie enkel de wandeling Gjendesheim-Memurubu wil doen, raad ik aan om de tocht te starten in Gjendesheim. De afdaling na het hoogste punt (Veslfjellet) is op deze manier wel erg pittig, maar de uitzichten zijn gedurende de dag met zekerheid veel spectaculairder.

 

Rechtsaf dus voor deze meerdaagse trekking, waarna je nog enkele kilometers in dalende lijn aflegt. Het grote meer (Russvatnet) komt intussen in zicht en dat is meteen ook je eindhalte. Langs dit meer zijn een paar plekken voorzien waar je tenten kunt opzetten. Deze kampeerplekken zijn aangegeven door enkele stenen die in cirkelvorm liggen en waar het gras duidelijk korter gemaakt is.

Afdaling naar Bessvatnet.

Russvatnet, waar je enkele tenten kan opzetten.

Na een heerlijk nachtje wildkamperen start je de tweede dag met een nagenoeg volledig vlak traject langs Russvatnet. Zolang je naast het meer kunt blijven wandelen, blijft de weg makkelijk en moet je vooral af en toe achterom kijken. Het bergachtige landschap in combinatie met dit mooie meer is absoluut de moeite waard. Al snel zal je ook nog een waterval passeren waar je vers drinkwater kunt nemen. Het meer is op de meeste momenten bijna stilstaand aan de oever en dus niet ideaal om je drinkfles te vullen.

Na een goeie 6 km steek je met behulp van een brug het water over en draai je linksaf. Hier start een klim van enkele kilometers, gelukkig niet zo zwaar als die van de vorige dag. Een goed pad brengt je in eerste instantie ongeveer 300 m hoger en leidt je stilaan naar de middaguur. Een goed moment voor de middagpauze dus.

De kilometers die hierop volgen breng je door op een vlakke tussenzone. Deze is makkelijk bewandelbaar en dus gaan de meters snel vooruit. De laatste stijgende meters van de dag zijn niet al te steil, het is vooral de rotszone die hierop volgt die vervelend is. Hier zakt het tempo gevoelig en de hut die in de verte zichtbaar is, ligt toch nog een stuk verder dan je zou verwachten. Een moeilijk moment voor het moraal, dat is zeker.

Op die laatste top van de dag zie je ook de twee hoogste bergen van Noorwegen liggen. Zo weet je meteen wat je mogelijks te wachten staat tijdens de komende dagen. De klim naar de hoogste berg - Galdhøpiggen - is een volledige aparte dag. De Noorse nummer twee - Glittertinden - is relatief makkelijk overheen te klimmen om zo je tocht verder te zetten. Later meer hierover.

 

In elk geval kom je na nog een korte omweg om een natte zone te vermijden aan bij Glitterheim. Hier vind je een DNT-hut en een campingzone die tegen betaling te gebruiken zijn. Wanneer je gebruik maakt van de camping kan je ook een warme douche nemen en in de gezellige lobby de avond doorbrengen. Koken moet je buiten op de picknickbanken doen, of je kan een maaltijd reserveren in de keuken. De kwaliteit van deze hut is absoluut bij de allerbeste waarvan ik ooit al gebruik maakte, heel leuk.

 

Wie wil kan natuurlijk ook terug wildkamperen zoals op dag één. Hiervoor moet je wel enkele honderden meters van de hutten verwijderd blijven. Het is een ongeschreven regel om te vermijden dat betalende kampeerders geen plek meer hebben voor hun tent. De ondergrond blijft op vele plaatsen wel erg vochtig, een leuk plekje vinden kan dus soms wel een uitdaging zijn.

Heerlijk om je tent open te ritsen als de zon al komt piepen.

Hoe je dag 3 exact wil invullen hangt een beetje van je fysieke paraatheid af. Je kan er voor kiezen om de tocht rond de Glittertinden af te leggen. Concreet betekent dat: een dag zonder al te veel hoogtemeters.

Dat wil daarom niet zeggen dat de paden altijd even vlot bewandelbaar zijn. Veel grote rotspartijen maken dat sommige kilometers erg moeilijk vooruitgaan.  Zeker wanneer ze in dalende lijn gaan, is het uitkijken om geen verkeerde stap te zetten. Deze constante nood om oplettend te blijven, maakt het vooral mentaal een uitdagende dag. Zeker wanneer je op het einde nog twee steile, dalende kilometers voor de voeten krijgt, kan het beginnen doorwegen.

Gelukkig is de omgeving nog steeds prachtig en met wat geluk zie je ook rendieren op je weg. In deze regio zag ik zelf verschillende kuddes, een extra kippenvelmoment gedurende de dag.

Aankomen doe je in Spiterstulen, een DNT-hut waar je ook je tent kan opzetten. De douches voor de kampeerders zijn iets minder modern en kunnen niet onbeperkt gebruikt worden. De lounge waar je 's avonds kan zitten is dan weer wel van de beste kwaliteit.

 

Voel je je fysiek nog erg goed na de vermoeiende eerste dagen? Dan kan je dezelfde eindbestemming bereiken door de op één na hoogste berg van Noorwegen te beklimmen. Het is een stevige tocht over de top van de Glittertinden, waar je enkele hoofdstukken verderop meer over kan lezen.

De dag na je eventuele klim over de Glittertinden kan je op twee manieren invullen. Of je gaat gewoon verder met je trekking om deze in vijf dagen te kunnen afronden. Of je kiest voor een extra dag met een beklimming van de Galdhøpiggen, de hoogste berg van Noorwegen. Die laatste optie beschrijf ik enkele hoofdstukken verder.

 

Zet je je tocht verder, dan wacht je de minst zware dag van de week. Niet dat alles plots eenvoudig wordt, maar de hoogtemeters zijn verspreid over de hele route en dus wordt het zelden echt steil. De dalende meters zijn dan weer tot het minimum beperkt, rekening houdend met de omgeving waarin je je bevindt natuurlijk.

 

Je wandelt ongeveer tien kilometer min of meer langs de gletsjerrivier 'Visa'. Het pad is redelijk goed en gaat constant in licht stijgende lijn, waardoor je het amper zal merken. Op sommige plekken tijdens deze eerste kilometers zijn ze op het moment dat ik hier passeer (augustus 2026), nog nieuwe houten bruggen aan het plaatsen. Opvallend is vooral dat de werknemers allemaal in tenten overnachten gedurende de werkzaamheden. Het zou anders teveel tijd kosten om elke dag weer naar huis terug te keren. Niet de gemakkelijkste omstandigheden dus.

Je ziet ook gedurende lange tijd de opvallende berg 'Kyrkja' voor je uit. Deze spitse berg beheerst de omgeving en zal nauwelijks nog uit het zicht verdwijnen, tenzij de mist er anders over denkt. Het is ook enkel wanneer je het water oversteekt en richting deze piek draait dat het heel even wat steiler wordt.

De grote rotsen die langs de verschillende bergmeren liggen, maken het laatste uur het meest uitdagende deel van de dag. Sommige kunnen glad en onstabiel zijn, afhankelijk van de weersomstandigheden.

 

De aankomst ligt bij de DNT-hut Leirvassbu. Alweer een prachtige hut met moderne accommodatie die je zeker zal opwarmen gedurende de avond. De plekken voor een tent zijn niet heel gezellig gelegen maar dat neem je er met plezier bij.

Werkzaamheden aan een brug, met het tentenkamp van de arbeiders vlak naast de werf.

De opvallend spitse berg, Kyrkja.

De weg naar het Gjendemeer is definitief ingezet. Vanaf nu gaat het bijna in één rechte lijn naar Gjendebu, de oudste van alle DNT-hutten in Noorwegen. De bouw van het eerste huisje werd afgerond in 1871!

 

Het zwaartepunt van de dag ligt vooral in de afstand, 20 kilometer is niet niks. Het grote voordeel is wel dat, in tegenstelling tot de afgelopen dagen, het pad plots veel makkelijker bewandelbaar is. Hierdoor leg je die vele kilometers veel sneller af dan je misschien voorzien had en dat is niet onbelangrijk. Om tijd te besparen besloot ik nog diezelfde avond de boot in Gjendebu te nemen om terug te keren naar de bewoonde wereld. Een beetje proberen inschatten hoe lang je zal wandelen over 20 kilometer is dus wel interessant. Ik vertrok alleszins veel te vroeg. Hoe moest ik weten dat het pad er zo goed zou bij liggen? Door aandachtig een reisblog te lezen natuurlijk! Gelukkig is te vroeg zijn nooit een probleem in de omgeving van een DNT-hut. Je kan er plaatsnemen in de lounge en zo de resterende uren droog en warm binnen spenderen.

 

De route gaat gedurende de hele afstand langs het water, soms een groot meer, soms een smalle rivier. Water bijvullen is dus nooit een probleem tijdens deze dag. Als het weer meezit kan je ook de hele dag kilometers ver kijken in de richting van je eindbestemming. Een dramatisch beeld over de vele meren en met de wolken die over en tussen de bergen hangen.

 

Eens aangekomen aan de steiger van Gjendebu is het wachten op je boot om deze schitterende tocht af te ronden. Tijdens de boottocht hoef je zeker niet op je stoel binnenin te blijven zitten. Vanop het dek kan je de omgeving nog eens vanuit een andere hoek bewonderen en misschien in de verte zelfs plekken herkennen waar je enkele dagen eerder nog boven het meer stond uit te kijken.

Met de boot over het Gjendemeer, terug naar de startplaats.

Deze 5-daagse omtoveren tot een 6-daagse is niet zo heel moeilijk. Tussen dag drie en vier slaap je in Spiterstulen aan de voet van de Galdhøpiggen. De hoogste berg van Noorwegen dus, al is het dat niet altijd geweest. De huidige nummer twee - Glittertinden - moest de koppositie afstaan door het smeltende gletsjerijs. Door het smelten van de gletsjer op de top verloor hij meteen enkele tientallen meters aan hoogte. En zo is Galdhøpiggen vandaag de hoogste van het land.

 

Je kan richting de top gaan vanaf de DNT-hut in Spiterstulen. Dat is een heen en terug route met veel hoogtemeters, steiler en zwaarder dan de etappe 3 van de dag ervoor. Ook ervaren wandelaars beschrijven de route als uitdagend. Een goede voorbereiding en zelfkennis zijn dus belangrijk. Deze tocht kan je zelfstandig ondernemen.

 

De andere optie is starten vanuit Juvasshytta. Hier vertrekken gidsen met groepen naar boven. De gidsen en hun materiaal zijn belangrijk omdat je aan deze kant de Styggebreen-gletsjer oversteekt.

 

Wie boven aankomt, kan even op adem komen in de hut en vervolgens via dezelfde weg naar beneden gaan.

 

Wegens tijdsgebrek deed ik deze wandeling niet, mijn informatie is gebaseerd op wat ik online kon vinden.

Ik sprak al eerder over de keuze voor etappe 3: rond of over de Glittertinden. Wie ervoor kiest om naar boven te klimmen kan ik alleen maar gelijk geven. Het is een 6,5 km lange klim die uitdagend maar wel haalbaar is voor iedereen met een goede conditie. Ook hier zijn de rotsen de grootste moeilijkheid, je kan je voet niet altijd zetten waar die voor jou het makkelijkste zou zijn. Het pad is soms niet perfect te volgen, net omdat er een beetje links of rechts misschien een beter stuk ligt.

In augustus moest ik nergens een verplichte sneeuwpassage doen, enkel indien je er even wou, kon je een klein stukje over sneeuw wandelen. In het voor- of najaar kan en zal dit uiteraard anders zijn. Let erop dat je voldoende uitgerust bent met het juiste materiaal. Ook op een zonnige dag is het koud bovenop de Glittertinden. Een trui en muts voor de afdaling zijn dus sterk aan te raden!

 

Het mag je allemaal niet tegenhouden om toch naar boven te komen. Op een heldere dag heb je een prachtig zicht over de hele regio. Aan de noordzijde van de top kijk je uit op Trollsteineggje. Een smalle bergkam die langs beide kanten ingesloten is door een gletsjer, een fenomenaal beeld. Trui aan, muts op en genieten maar.

Verwacht je niet aan een mooi monument op de top, veel meer dan een houten paal staat er niet.

 

De afdaling begint relatief eenvoudig over, hoe kan het ook anders, rotsen. Naarmate je verder naar beneden komt wordt het wat steiler en zullen je knieën serieus op de proef gesteld worden. Voorzichtig zijn en je vooral niet haasten, is de boodschap. Er volgt na de afdaling een lang vlak stuk van 4 kilometer alvorens je aansluit op dezelfde afdaling als die van gewone route rond de Glittertinden.

Beeld vanop de top waar jeTrollsteineggje ziet, met een gletsjer links en rechts.

Korte passage over de sneeuw richting de top van de Glittertinden en de steile laatste kilometers van de afdaling.

Ook op de flanken van de Glittertinden kan je rendieren tegenkomen.


4. Verzamelde wandelingen